|
Verf |
![]() |
Deze afbeelding toont de grote binnenplaats van het Rasphuis met de boomstammen die klaar liggen om tot verfstof te worden geraspt (bron: http://gemeentearchief.amsterdam.nl/schatkamer/300_schatten/orde/rasphuis/) |
![]() |
De bovenstaande afbeelding laat een
vriendelijk beeld zien van een inrichting waar het als gevangene
niet slecht toeven was. De rasphuizen waren uit humanistisch
idealistisch oogpunt opgezet, maar veranderden al snel in plaatsen waar
goedkope arbeid werd geleverd.
Onderstaande tekst is een citaat uit een artikel genaamd "Tussen Zwart en Wit", geschreven door Sjors van Leeuwen, handelend over de geschiedenis en herkomst van kleur en verf. Het artikel is te vinden op: http://www.zaans-industrieel-erfgoed.nl/pages_3/met%20stoom%2015%20art%20%2002.html " Het Rasphuis was ontsproten aan het brein van een aantal humanistische denkers als Coornhert en Spiegel die een dosis tucht, werk en zedenlessen als goede voorbereiding zagen voor terugkeer in de maatschappij. In 1595 opende het Amsterdamse tuchthuis zijn poorten met als mannenafdeling het Rasphuis. De straffen voor hen die
weigerden te werken, lijken overigens minder humaan: de betrokkene werd in
een kelder gezet die langzaam vol water liep, met een handpomp als redmiddel
zodat men letterlijk moest pompen om niet te verzuipen. |
![]() |
In de 19e eeuw maakte de schilder zijn eigen verf door droge kleurstof,
pigment, te mengen met een vloeibaar bindmiddel. Er stonden diverse
pigmenten tot zijn beschikking; plantaardige-, dierlijke-, delfstoffen zoals
kopergroen en loodmenie, en uit steen vervaardigde kleurstoffen zoals
ultramarijn. Als bindmiddel gebruikte de schilder voornamelijk lijnolie dat werd gewonnen uit lijnzaad. Aan deze bestanddelen werden vervolgens nog loodhoudende stoffen toegevoegd om de droging en de duurzaamheid te verhogen. |
| Oude schilderswerkplaats in openluchtmuseum Het Hoge Land te Warffum. | |
|
Omstreeks 1860 kwam een verfmolen in gebruik, waardoor het
bereiden van verf sterk werd vereenvoudigd. Het pigment werd met lijnolie
vermalen tot verfpasta. Met dit gietijzeren toestel konden grotere hoeveelheden verf worden bereid. Begin 1900 werd een constructie bedacht waarmee twee kleuren tegelijk konden worden gemalen. Door aansluiting op een motor kon zo'n molen de verf machinaal bereiden en kwam er een einde aan het handwerk. In de eerste helft van de 20e eeuw namen fabrieken de productie van verf ter hand. |
![]() |
![]() |
Op een Internet site met te koop aangeboden spullen stond deze oude verfmolen. |
![]() |
![]() |
|
Nog even een blik in een oude schilderswerkplaats, dit keer in het buitenmuseum van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. |
|
![]() |
Tot circa 1700 werden houten huizen geteerd.
Pas na circa 1700 werden houten panden van meer kleuren voorzien. Hierdoor ontstond een grotere behoefte dan voorheen aan droge gemalen pigmenten. Vanaf die tijd gingen de verfmolens zich ook bezig houden met het vermalen van aardverven voor de schilder. |
![]() |
![]() |
De eerste verfmolen stond in Zaandijk op de plaats waar nu het Weefhuis
staat. In dit weefhuis was jarenlang de Vereniging de Zaansche Molen
gehuisvest. Deze vereniging is thans eigenaar van molen 'De Kat', de laatste Zaanse verfmolen. Pieter Janz van der Ley begon hier in juni 1601 met zijn houtmolen verfhout uit de tropen te verwerken. |
![]() |
In 1959 bouwde molenmaker G.Husslage bovenstuk en binnenwerk van verfmolen De Duinjager op het onderstuk van oliemolen De Kat. Zo begonnen twee molenrestanten daterend uit circa 1780 een nieuw leven. |
| molen 'De Duinjager' | |
![]() |
Molen De Kat is de laatste van de ongeveer 55 verfmolens die in de Zaanstreek hebben gestaan en die kleur aan ons verleden hebben gegeven. Naar de Kat ►► |
De geschiedenis van het allereerste malen van kleurstoffen tot de
allerlaatste windturbines is te vinden in het boek 'Spieren Water Wind,
23.000 jaar malen en molens'.
Klik hier voor meer informatie.>>>