Windmolens
Geschiedenis

De eerste windmolens
Standerdmolen
Wip- of kokermolen
Paltrokmolen
Bovenkruier
Zaanstreek
Data en getallen
Boek spieren, water en wind

De eerste windmolens

Het was de Griekse wetenschapper Tesibius van Alexandrië (285-222 voor Chr) die lucht als een stof beschouwde en mogelijk de eerste experimenten deed met een constructie die werd rondgedraaid door een bewegende luchtstroom; wind.

Daarna is bekend dat de Griekse technicus en wiskundige Heron van Alexandrië (10 - 70 na Chr)  werkte aan constructies die werden aangedreven door stoom of wind. In de 'Pneumatica' beschrijft hij een orgel dat wordt aangedreven door een windwiel. 

 

  Perzië (Iran) en Afghanistan

molen in Khorasan   animatie van een persische molen
Ruïnes van Perzische molens in Khorasan   Animatie van een Perzische molen
    Persische windmolen
     
tekening van een persische molen  

In Seistan, een gebied in het oosten van Iran en het westen van Afghanistan, waren molens met een verticale as in gebruik. De oudste gegevens gaan terug tot  940. Het is echter mogelijk dat ze twee eeuwen daarvoor al bestonden.

De molens waren niet kruibaar en stonden vast opgesteld met de windopening naar het noordoosten. Vaak stonden ze in rijen naast elkaar om zo gedurende de periode dat een harde wind constant uit het noordoosten waaide, het graan tot meel te malen.

In de tekening staan de globale afmetingen. Het gaat hier om torens van 6,00meter in het vierkant en een hoogte van bijna 10 meter. De maalstenen bevonden zich onder in de molen en hadden een respectabele diameter van 2,10meter!

Net als bij alle andere molens liggen de stenen horizontaal en draait de bovenste steen over de onderste.

In de tekening is verder te zien dat de molen is uitgerust met een 'lichtwerk' om de afstand tussen de stenen aan te kunnen passen. De centrale spil en de bovenste molensteen rusten op een houten balk die aan de rechterzijde kan scharnieren en aan de linkerzijde met een wig kan worden versteld.

De 'zeilen' bestonden uit riet of dunne planken.

In Iran, waren deze molens in de regio Zahedan nog in gebruik tot rond 1970.

     

  China

  Het ontstaan van de Chinese molen is onduidelijk. De eerste aantoonbare berichten dateren van 1219.

De molens werden gebruikt voor het bevloeien van de akkers en zijn nooit gebruikt voor het malen van graan.

foto uit 'Science and Civilization in China', vol 4, part2, pagina 561. Joseph Needham 1986.    

  Griekenland

Chios  
Karpathos
Molens op Chios   Molens op Karpathos

Van recentere datum zijn de molens in Griekenland. Dit zijn stenen windmolens met een vaste kap, een horizontale molenas en roeden waartussen zeilen kunnen worden gespannen. De oudste aanwijsbare berichten dateren van eind 1300.

 

  Noord en midden Europa

De eerste windmolens in Europa komen we tegen langs de Noordzeekust in het graafschap Vlaanderen en in Normandië. De oudste dateringen gaan terug tot de 12e eeuw, en mogelijk zelfs het begin van de 11e eeuw.

middeleeuwen

De molens waren zogenaamde standerdmolens. De standerd stond op een houten kruis onder de grond. Omdat deze constructie gevoelig was voor rot, ging men later over op het bouwen bovengronds met de kruishouten op gemetselde poeren.  

Lang is gedacht dat de kruisvaarders de windmolen uit het Midden Oosten naar Europa hebben gebracht. Ook nu wordt deze gedachte nog vaak in boeken, tijdschriften, webpagina's en zelfs in musea verkondigd. Dat de kruisvaarders de molens naar Europa brachten is onjuist. De kruistochten waren tussen 1095 en 1270. In die periode bestonden in Vlaanderen al de genoemde standerdmolens. Er is nooit aangetoond dat in het midden oosten molens hebben bestaan, ook niet ten tijde van de kruistochten.
Wel is aangetoond dat de kruisvaarders molens naar het Midden oosten hebben gebracht. Het is niet onwaarschijnlijk dat dit Vlaamse molens waren.

De oudst bekende torenmolen stond in de regio Toulouse, was niet kruibaar en dateert van 1245.

 

  Bohemen

De Bohemen is een gebied dat een groot deel van het huidige Tsjechië bestrijkt. Het historisch document  waaruit zou blijken dat de windmolens hier al in de 7e eeuw zijn gebruikt, blijkt veel onjuistheden te bevatten en wordt door historici als hoogst onbetrouwbaar bestempeld.


  De standerdmolen

standerdmolen Heusden

(De standerdmolen wordt ook wel standaardmolen, stendermolen of staakmolen (B) genoemd)

De standerdmolen is kruibaar naar alle richtingen door gebruik te maken van een centrale spil, de standerd, stender, standaard of staak. Om deze spil is de molen gebouwd.
De standerd is geplaatst op twee gekruiste horizontale balken (de kruisplaten) en wordt gesteund door vier dubbele schoren. De Kruisplaten rusten op hun beurt op 4 gemetselde poeren of teerlingen. Soms ook is een ringmuur gebouwd waarop de kruisplaten rusten. Bij de allereerste standerdmolens waren de kruisplaten ingegraven.

De standerdmolen is waarschijnlijk begin 11e eeuw ontstaan. De oudste vermeldingen van de bouw van standerdmolens komen uit Rexpoëde, Houtkerque en Hondschoote. Allemaal plaatsen in het oude Graafschap Vlaanderen.

In Hulst (Zeeland), werd in 1254 het oprichten van windmolens zonder officiële toestemming verboden. Dit duidt erop dat de windmolen op dat moment op het huidige Nederlandse grondgebied bekend was.

In de loop van de 13e eeuw zijn overal standerdmolens verschenen. Verspreiding in zuidelijke richting stopte bij de Loire. In Noordelijke richting vinden we standerdmolens in alle landen, van Denemarken en Zweden tot de Baltische staten en ver in Rusland.
Ook in het Duitse Saksen, Roemenië, Bulgarije en in Turkije komen standerdmolens voor.

 

Openluchtmuseum Arnhem   Openluchtmuseum Arnhem
Open standerd met schoren en kruisplaten waar aan de standerdmolen haar naam dankt.   De kast met het maalwerk. Buiten zien we het luitouw en een zak graan die naar binnen wordt getrokken.

 


  De wipmolen of kokermolen

In het waterrijke Hollandse land voldeed de standerdmolen niet voor bemaling omdat alle bewegende delen in het molenhuis zitten.
Er ontstond een variant, de wipmolen. Hierin is de standerd vervangen door een koker. Zodoende kon in de koker een spil (de koningsspil) naar beneden worden doorgetrokken om een waterrad aan te drijven. Deze molens worden ook wel kokermolens genoemd. 

   
Wipmolen 'De Hadel'     Kruiwiel en scheprad

 

Bij de grote Zuid-Hollandse wipmolens wordt het onderhuis ook gebruikt als woonruimte.

Kokermolen in Zuid Holland nabij Hoog Made   Kokermolen gedemonteerd bij molenmakerij Verbij  
Kokermolen nabij Hoog Made, Zuid-Holland  

Restauratie bij de molenmakerij

 
Restauratie van een koker bij molenmakerij Verbij
 
Restauratie van een koker bij molenmakerij Verbij
 
koker met zetels, bovenzijde

koker, onderzijde

Spinnekop      
Spinnekop
     
In Friesland vinden we de kokermolen onder de naam Spinnekop.      

Paltrokmolens

De eerste zaagmolen van Cornelis van Uitgeest
Landmolen van Cornelis van Uitgeest, gebouwd 1592, 1593
  De paltrokmolen is ontstaan aan het eind van de 16e eeuw.

Het begon met het octrooi dat Cornelis van Uitgeest op 15 december 1593 kreeg  voor een houtzagende windmolen.
In het octrooi staan twee tekeningen van molens. De ene molen is een kokermolen met een gekoppelde zaaginstallatie en de tweede tekening is een niet kruibare molen die werd geplaatst op een vlot.

 

De drijvende houtzaagmolen van Cornelis van Uitgeest
Vlotmolen van Cornelis van Uitgeest, gebouwd 1593, 1594
  Van beide octrooitekeningen van Cornelis van Uitgeest is een reconstructie gemaakt.

 

In 1596 werd de vlotmolen naar Zaandam verkocht alwaar ze werd aangepast en verbeterd.

 

De verbeterde drijvende houtzaagmolen vormde mogelijk de basis voor de Paltrok houtzaagmolen.

In Nederland hebben honderden paltrokmolens gewerkt. Anno 2011 zijn er nog slechts 5 over.

In Duitsland komen ook paltrokmolens voor. Het gaat hier om molens die oorspronkelijk waren gebouwd als standerdmolen maar later van een ringmuur met rollen werden voorzien.
In Portugal komt een kleine soort Paltrok voor in de omgeving van Coimbra; de moinho giratorio.  klik hier voor foto's.


Zaandam   'De Gekroonde Poelenburg' klik hier
Zaandam   'De Held Jozua' klik hier
Amsterdam   'De Otter' klik hier
Haarlem   'De Eenhoorn' klik hier
Arnhem   'Mijn genoegen' klik hier

De Bovenkruier

Twiske molen   De volgende stap was het bouwen van zwaar geconstrueerde zeskante en achtkante molens waarvan de kap kon draaien.

Deze molens vonden een ruime toepassing. Als binnenkruier werden ze in grote getale gebruikt voor het droogleggen van de Hollandse meren.

Voorzien van staart,  schoren en een zwichtstelling werden ze als buitenkruier ingezet op velerlei gebied. Zo waren er oliemolens, papiermolens, korenmolens, zaagmolens, pelmolens, verfmolens, volmolens, hennepkloppers, snuifmolens, mosterdmolens, runmolens, trasmolens, blauwselmolens, schelpzandmolens, enzovoort, enzovoort.

     
Schermermolen  
Kruirad binnenkruier
Binnenkruier in de Schermer   Kruirad van de binnenkruier

  De Zaanstreek

krukas 'Fram'  
Dit is een van de krukken van de krukas in houtzaagmolen 'Fram' in het Groningse Woltersum.  

Waarom juist de Zaanstreek?

Op 15 december 1593 verwierf Cornelis Corneliszoon van Uitgeest van de Staten van Holland octrooi op een door wind aangedreven zaagmolen.
Door het toepassen van een krukas in een windmolen werd het mogelijk om hout sneller te zagen dan tot dan toe met de hand gebruikelijk was.

Toen geprobeerd werd deze vinding in Amsterdam te verkopen kwam het gilde van houtzagers in opstand. Dit heeft er onder andere toe geleid dat in Amsterdam geen houtzaagmolens mochten worden gebouwd.

Buiten de stadsgrenzen hadden de Amsterdamse gilden geen macht. De meest voor de hand liggende locatie voor de bouw van houtzaagmolens was ten noorden van de stad, aan de overkant van het IJ, goed bereikbaar aan de rivier de Zaan.

Na nog met 3 jaar te zijn verlengd liep het octrooi op de krukas in een molen af op 6 december 1610. Hierna zien we een explosieve toename van het aantal houtzaagmolens. Twintig jaar later, in 1630, werd het verbod op de bouw van houtzaagmolens in Amsterdam opgeheven. Holland telde toen al 86 houtzaagmolens, waarvan er 53 in de Zaanstreek stonden.

molenkaart
  Voor de bevolking van de Zaanstreek waren de molens met hun werkgelegenheid een zegen. Het duurde dan ook niet lang of door het succes van de houtzagerij ontstond een gebied waar uiteindelijk meer dan 1000 molens hebben gewerkt.

 


De Zaanstreek in data en getallen

Enkele data:

1601   eerste oliemolen
1602   eerste kleurstofmolen
1605   eerste papiermolen
1607   eerste hennepklopper

en een paar getallen

  1725 1731 1780 1816
zaagmolens ca 245 256   102
oliemolens ca 135 140   106
pelmolens ca 55 62 80 44
papiermolens ca 35 42   27
kleurstofmolens ca 30     11
hennepmolens   13    
meelmolens   12    
snuifmolens       11
         
overig ca 100      
         
Bron: Jur Kingma, Vereniging Industrieel Erfgoed. www.zaans-industrieel-erfgoed.nl

Spieren Water en Wind, 23000 jaar malen en molens

"Spieren, water, wind"

"23.000 jaar malen een molens".

392 pagina's molengeschiedenis, van het malen door de Neanderthalers tot en met een beschrijving van de verschillende windturbines. Met aandacht voor recente archeologische vondsten, recente studies en de laatste stand van de techniek.

Voor meer informatie klik hier >>>>>

 


- De meeste foto's zijn gemaakt door  J.Kamphuis, Zaandam
- Het model van de vlotmolen van C.C. van Uitgeest is gebaseerd op onderzoek van J.Kamphuis.
- De pagina is onderdeel van www.industriemolens.nl
- De pagina is voor het laatst bijgewerkt op 31-08-2011.
Bronnen:
-  'De Standerdmolen, Bouw, geschiedenis, verschijningsvormen en bedieningswijze van Nederlands oudste Windmolentype'. Erik Tijman, Jan Scheirs en Dick.Zweers, Utrecht 1994.
-  'Windmühlen, de Stand der Forschung über das Vorkommen und den Ursprung', J.C.Notebaart, 1972


Contact info@industriemolens.nl

© J.J.Kamphuis, Zaandam.

Valid HTML 4.01