![]() |
Meelmolen
|
|
Een meelmolen die oorspronkelijk werd gebouwd voor de stijfselindustrie
|
|
Meelmolens maalden voor de bevolking. "Wie het eerst komt, die het eerst
maalt", is niet voor niets het gezegde.
Meelmolens horen net als poldermolens dus eigenlijk niet thuis op een website over industriemolens, maar er is een excuus, namelijk; Molen de Bleeke Dood werd gebouwd op initiatief van de in de Zaanstreek aanwezige stijfselindustrie. Die had behoefte aan een molen die tarwe kon malen en waar de bakkers niet op de eerste rij zaten. Dus toch een industriemolen! Daarom hier foto's en teksten over deze bijzondere meelmolen, genaamd 'De Bleeke Dood'.
|
Welgestelde dame met molensteenkraag. |
Molensteenkraag
De molensteenkraag of lubbenkraag is een ronde kraag van geplooid wit linnen. Deze kraag was in Nederland in de mode vanaf het einde van de 16de eeuw tot en met het eerste kwart van de 17de eeuw. De lubbenkraag begon klein, maar kreeg een steeds grotere diameter, totdat hij tenslotte op een molensteen leek. Het maken van zulke grote kragen was een ingewikkeld en tijdrovend karwei, dat werd uitgevoerd door specialisten, meestal Vlaamse en Hollandse vrouwen. Voor een molensteenkraag was heel veel stof nodig, soms wel 15 meter. Meestal werd linnenbatist gebruikt, zeer fijn geweven linnen, dat vaak nog werd versierd met kloskant. Na het wassen en stijven werd de stof gerimpeld of met plooien aan een boord gezet en daarna met rondzetijzers of pijperijzers bol gestreken. De kostbare kragen werden gedragen door welgestelden, zowel heren als dames. |
|||
| Willem van Oranje
|
|||||
|
Met een stellinghoogte van 9 meter is De Bleeke Dood de hoogste molen van de Zaanstreek. De molen staat nog op precies
dezelfde plaats als waar ze werd gebouwd, op de grens van Zaandijk en Koog
aan de Zaan.
Vandaag de dag staat ze ingesloten tussen de fabrieken. |
![]() |
||||
| Dit is het uitzicht op de Bleeke Dood vanaf de stelling van mosterdmolen De Huisman. | |||||
![]() |
![]() |
||||
| De Bleeke Dood vanaf de overkant van de Zaan. Vroeger moest je met de boot naar de overkant. Toen stonden er molens, nu ligt er de in 1937 gebouwde Julianabrug. | Op het linker plaatje draait de molen met bruine winterzeilen. Hieboven draait de molen met de gebruikelijke witte zomerzeilen. | ||||
![]() |
![]() |
![]() |
|||
| Brand in molen De Dood. (Foto archief Zaanstad) |
Het boven tafelement is het bovenste deel van de molenromp. Hierop rust de kap. De rode rand is het 'Engels kruiwerk' een soort spoorrails met van flenzen voorziene rollen waarop de kap rust. De trap gaat naar het penlager van de molenas. De zwarte verkleuringen zijn een overblijfsel van de molenbranden. | Ook in de kap zelf getuigt zwart geblakerd hout
van de brand die ooit in de molen woede. We zien hier de pal met het bovenwiel en de vang. |
|||
|
Molen De Dood heeft 2x in brand gestaan. De 1e keer was op 17
januari 1912. Een begin van brand kon toen tijdig worden bedwongen. Met 21 stralen water uit spuiten van verschillende gemeenten kon door het nathouden van molenlijf en kap de molen worden behouden. |
![]() |
![]() |
|||
| De Bleeke Dood voorjaar 2005 met winterzeilen | |||||
![]() |
![]() |
||||
| Bovenwiel en bovenbonkelaar | Spoorwiel en steenschijfloop (niet in werking) | ||||
![]() |
In meelmolens zit meestal een hoge brede deur. Door deze deur werd het graan met paard en wagen naar binnen gebracht of het meel weer opgehaald. Molen De Bleeke Dood ligt aan een smal dijkje en niet aan een weg. Aan en afvoer van goederen ging hier per boot. Daarom ligt de molen aan de rivierkant van de dijk en niet aan de droge polderkant. |
![]() |
|||
| Kar met graan in korenmolen 'De Liefde' in Uithuizen | De toegang tot molen De Bleeke Dood vanaf de
Zaan werd 'de grot' genoemd. (foto archief Vereniging De Zaansche Molen) |
||||
![]() |
![]() |
||||
| Molenaar Gerrit Smit demonstreert met het luiwerk op windkracht hoe de zakken naar de steenzolder worden gehesen. |
![]() |
||||
![]() |
![]() |
||||
| In de Bleeke Dood werkt het luiwerk met tandwielen., een zogenaamd 'kammenluiwerk' | De molenaar trekt aan het touw en de tandwielen grijpen in elkaar. | ||||
![]() |
![]() |
||||
| Een ander soort luiwerk maakt gebruik van wrijving, een soort 'slip koppeling'. Dit is bijvoorbeeld het luiwerk van molen 'De Ster' in Barger Compascuum | |||||
![]() |
Het spoorwiel op de koningsas drijft de steenschijfloop aan. In de maalkuip beneden bevinden zich de maalstenen. De kammen van het spoorwiel zijn van azijnhout (=eiken). De staven van de schijfloop van palmhout (= buxus). De steenspil draait circa 6,2 maal zo snel als de wieken as. Als de molen flink doormaalt en 80 enden draait (er komt dan 80 keer per minuut een wiek langs de romp), dan maakt de maalsteen zo'n 125 omwentelingen per minuut. |
||||
| Het kaar is hier afgedekt met een zeil. De maalkuip is normaal ook afgedekt, dit i.v.m. het stuiven tijdens het malen. | |||||
![]() |
![]() |
||||
| Uitleg over de werking van het malen met behulp van miniatuur molenstenen. | Het is net een tempel uit de klassieke oudheid. Ranke zuilen met schijflopen als kapitelen. | ||||
![]() |
![]() |
![]() |
|||
|
Iedere zak bevat 25kg graan. Vroeger was dit wel 70 kg! Het graan wordt in een kaar gestort. Onder het kaar is een goot waarlangs het graan naar de steen kan glijden. |
Als er wind is kan er gewerkt worden.
In 1 1/2 uur draait een koppel maalstenen er met gemak 200kg graan doorheen. |
De onderzijde van de steenspil is van ijzer en vierkant. Een stokje aan de goot en tegen de spil zorgt voor een schuddende beweging. Zo glijdt het graan langzaam uit de kaar naar het midden van de steen. | |||
![]() |
![]() |
![]() |
|||
| Een maalkuip heeft twee molenstenen. De onderste ligt stil, dat is de ligger (ook wel 'legger' genoemd). De bovenste steen draait erover heen, dat is de loper. | In de stenen zitten groeven, het scherpsel (ook wel het bilsel genoemd). Ze zorgen ervoor dat het graan wordt gemalen en naar de buitenzijde wordt getransporteerd. De steen hangt hier in de steenkraan. (Het blok hout dient er alleen maar voor om te laten zien dat er aan de onderkant groeven zitten). | Van tijd tot tijd moeten de stenen worden gescherpt. Dit scherpen wordt billen genoemd en is een zeer tijdrovende klus. (geen eigen foto) | |||
![]() |
![]() |
||||
| De steenzolder met 3 koppels stenen | De maalzolder | ||||
![]() |
Molen de Bleeke Dood heeft 5 zolders, van boven naar beneden zijn dit:
- De kapzolder - De luizolder - De stellingzolder of steenzolder met 3 koppels maalstenen - De maalzolder/steenzolder met een 4e koppel maalstenen - Maalzolder voor het 4e koppel stenen - begane grond |
||||
| maalzolder met 4e steenkoppel | |||||
|
![]() |
![]() |
|||
|
Het meel gaat via een stortkoker een verdieping lager, naar
de maalzolder, en wordt daar opgevangen. Afhankelijk van het toerental van
de stenen kan de molenaar met behulp van een 'licht' de ruimte tussen de
stenen vergroten of verkleinen, dit om te zorgen voor een constante
kwaliteit van het meel.
(foto archief Vereniging De Zaansche Molen. Op de foto de heer Arie Berkhout, molenaar op 'De Dood' van 1950 t/m 1967 ) |
Ook deze tekening is door Cornelis Jetzes gemaakt. Zowel op de linker foto als op de rechter foto is te zien dat het proces al jaren onveranderd is. | Voorjaar 2005, molenaar Rene Peereboom. | |||
![]() |
![]() |
||||
| Zakken gereed product gaan met een touw aan een afschietwerk naar beneden. Hier komt geen wind of andere energie aan te pas. | Beneden staan de zakken klaar om opgehaald te worden | ||||
![]() |
Het meel is volkoren meel. In molen de Bleeke Dood is
geen installatie aanwezig om het meel te ontdoen van de zemelen en de griezen.
|
||||
| Een gedeelte van het molenmeel wordt in de molenwinkel verkocht | |||||
| Meer over meel en hoe het werd gemalen vind je op pagina 'Meel'. Je kunt ook hier klikken. | |||||
De
geschiedenis van het malen van prehistorie tot meelfabriek is te vinden in het boek "Spieren Water
en Wind, 23.000 jaar malen en molens". Voor meer informatie
klik hier >>>